Gelukkig

Wees altijd blij in de Heer. Nog eens: wees blij ! “. ( Fil. 4:4 )

Hij is een Vriend; – die nooit verandert; – wiens beloften nooit veranderen; – Die nimmer faalt; – Die je altijd zal liefhebben; – Die je nooit zal verlaten; – Die jouw falen vergeeft en vergeet.

Stappen nemen in ons leven.

De Here roept eenieder van ons. Aan de een geeft Hij een talent en aan de ander geeft Hij er drie en weer een ander ontvangt er vijf naar zijn bekwaamheid.( Matt. 25:15 ) Als iedere bediening hetzelfde zou zijn, zou het snel gaan vervelen. Iedere volgeling van Jezus is geroepen om in de bediening van verzoening te staan. Ieder kan, door z’n taal en houding, een prediker en verkondiger van de zegeningen van de Here Jezus zijn. Als we daarin getrouw zijn kan God de zalving op ons leven vermeerderen en ons meer geven, als we ons ernaar uitstrekken. Als je ontdekt hebt waartoe de Here je heeft geroepen: wees dan tevreden en gelukkig in die bediening en ga ervoor. God wil dat we onze gave gebruiken voor dienstbaarheid in Zijn Koninkrijk – Zijn Gemeente. Hij rust ons toe tot dienstbetoon en Hij zegent ons, zodat we ook anderen kunnen zegenen.  

Wanneer bidden?

Bid dagelijks, altijd, met woorden of daden (Fil. 1:27a),of God de Here uw hart wil openhouden voor Zijn roepstemmen, opdat u niet wegzinkt in de dommel van het dagelijks leven. Ontwaak! (Luc. 19:43-44)

Tijd voor Gebed

Gebed en Gods tegenwoordigheid zijn 2 zijden van dezelfde medaille. Men wordt zich van Gods aanwezigheid bewust als men de tijd neemt door gebed tot Hem te spreken en naar Hem te luisteren; omgekeerd geldt dat de kracht van het gebed volledig tot ontplooiing komt in het leven van degenen die tijd in Gods nabijheid doorbrengen. ( Luc. 1:37. 2 Cor. 13:11 ).

Bad Jezus ?

De werken die Ik doe, zal hij ook doen, en groter nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat gij ook vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde ” zegt Jezus in Joh. 14:12-13. Als Jezus kon zeggen en doen wat Hij alleen van de Vader hoorde en zag doen, moest Hij behoorlijk wat tijd doorbrengen met luisteren en zien. Er was een herkenbaar patroon in Jezus’ leven. Jezus trok zich eerst terug om te bidden, en ging dan pas bedienen. Steeds weer werd dit patroon herhaald. Het openbaar leven van Jezus werd gedragen door Zijn persoonlijk leven ( gebed ) met Zijn Vader.